

Afscheid van de burgemeester van Den Haag, mr. J.A.N. Patijn, in de gemeenteraadszaal aan de Javastraat 26. Tijdens de raadszitting wordt het woord gevoerd door het raadslid J.R. Snoeck-Henkemans (staand geheel rechts), achter de tafel vlnr: de wethouders M. Vrijenhoek, F.H.V. Quant, dr. G.A.W. ter Palkwijk (gemeentesecretaris), burgemeester Patijn, dr. W.W. v.d. Meulen, mr. J.A. de Wilde en W. Drees
29 september 1930
Bron: Beeldbank

Grote Marktstraat nrs. 18-22, gezien vanuit de Achter Raamstraat. In het midden de HEMA, rechts Pander & Zonen
Fotonummer: 0.24653
Fotograaf: Ojen, E.M. van
Datum: ca. 1940
1 zwartwitfoto 22 x 17 cmghgh
Bron: Gemeentearchief.
Er is een voetbalclub in Den Haag die niet meer voetbalt. Die zelfs niet meer bestaat. Maar waarvan de vroegere leden nog wel op 4 mei bij elkaar komen: De Ooievaars. Vanmiddag legden zij voor de 62ste keer een krans en namen zij een minuut stilte in acht. Ter nagedachtenis van hun omgekomen ploeggenoten.
Bron: NRC Handelsblad
Natuurlijk ben ik een week te laat om aandacht te vragen voor dit mooie artikel,maar een minuut stilte kan natuurlijk op elke moment van de dag, toch?
In een uitgebreide reactie verzoekt ene Martijn Bruijstens om de uitspraak die ik doe in dit artikel over oud-burgervader De Monchy terug te nemen.
Ik geef onmiddelijk toe dat de Wikipedia de enige bron is die is die ik aanhaal, ik heb echter geen reden om aan die bron te twijfelen. Ik zie dan ook geen reden om mijn uitspraak terug te nemen.
Ik heb Bruijstens voorgesteld zich te richten op de 'overleg' en/of 'bewerk' pagina van het Wikipedia-artikel, mocht het artikel al daar gewijzigd worden dan ben ik ook bereid mijn uitspraak aan te passen.
Tot die tijd hou ik staande dat De Monchy en de Nederlandse overheid de genoemde doden op hun geweten hebben, waarbij natuurlijk aangetekend dat beiden natuurlijk niet de schuld hebben van die doden. De schuld ligt bij degenen die deze 'liquidaties' hebben uitgevoerd, dat lijkt me zeer voor de hand liggend. Ik vind het echter te makkelijk om dan maar weg te lopen voor de oorzaak van die moorden.
Het simpele feit dat De Monchy cs niet wisten dat de Duitsers snode plannen hadden met de voortgaande infiltraties en de registratie van communisten, ontslaat de genoemde niet van hun vernatwoordelijkheid. Anders gezegd, waarom werden er zomaar mensen geregistreerd die er een andere poltieke overtuiging op na hielden en waarom werd de genoemde verzetsgroep überhaupt geinfiltreerd? Omdat het de tijdgeest was? Dat lijkt me niet bepaald een vrijbrief. Een kleine stap verder en je bent al bij het goedpraten van de jacht door de Duitsers op deze verzetsgroep, omdat het nu éénmaal de 'tijdgeest' was..
Nogmaals, de huidige burgemeester Deetman is volkomen vrij zijn voorganger te citeren, ik neem de vrijheid dat te beoordelen en me liever bezig te houden met de doden die uit de daden van de Monchy zijn voortgekomen.
Voor de volledigheid. De Monchy heeft een plein naar zich vernoemd gekregen, een oorlogsmonument voor de 'Vonk' groep in Den Haag is er niet. Een smetje?
PS Het originele Wikipedia artikel waar ik naar verwees in mijn artikel staat hier, Martijn Bruijstens heeft de handschoen opgenomen en de tekst gewijzigd.
Nog een PS.
Bij uitgeverij De Zilverdistel is een boek te bestellen over de "Vonk' groep, getiteld 'Brand bij de wehrmacht!', ik heb het vandaag besteld. Ik ben met name geinteresseerd naar de verdere uitwerking van de 'flaptekst' van het boek:
De maatschappelijke tegenstellingen in Den Haag in het voor de stad en haar bewoners rampzalige jaar 1942-43 zijn het uitgangspunt van dit onderzoek naar de rol van de Documentatiedienst van de Haagse politie bij het opsporen, arresteren en laten elimineren van honderden inwoners van de Residentie.
Word vervolgd, stadgenooten...

“s-Gravenhage is vrij! De Duitsche bezetting heeft zich aan onze bondgenoten overgegeven. Niet langer wordt elke jonge man met slavernij bedreigd. Wij kunnen allen weder lezen en luisteren, spreken en zingen naar wij willen!”
Met deze woorden, dames en heren, begon Salomon Jean René de Monchy zijn proclamatie tot de bevolking van Den Haag op zondag 6 mei 1945, vanaf het bordes van het oude stadhuis.
Zo maar wat surfend over het internet, met de woorden Dodenherdenking en Den Haag stuit ik op bovenstaande woorden van een toespraak van 4 mei 2005 van één van de opvolgers van Salomon Jean René de Monchy, burgemeester Deetman van Den Haag, uitgesproken bij de Dodenherdenking in de Grote Kerk.
Ik ben niet zo thuis in alle Haagse oorlogsverhalen, ik ben tenslotte van ver na de oorlog (:-), dus ik surf nog even verder om wat meer te weten te komen over deze de Monchy en ik kom uit bij de Wikipedia.
Salomon Jean René de Monchy (Rotterdam, 9 maart 1880 - 's-Gravenhage, 26 juni 1961) was een Nederlands Esperantist en burgemeester van Arnhem en Den Haag.
In 1921 werd De Monchy burgemeester van Arnhem. In 1930 gaf András Cseh een Esperantocursus in Arnhem waardoor De Monchy erg geboeid werd en besloot esperantist te worden. Zo liet hij aan de rand van de stad het Arnhems Esperantohuis bouwen. In het voorjaar van 1931 werd het gebouw door hem geopend met een toespraak in het Esperanto en een loterij waarin zes moderne automobielen de hoofdprijzen waren.
In 1934 werd hij benoemd tot burgemeester van Den Haag. In die functie sloot hij in 1937 het huwelijk tussen Prinses Juliana en Bernhard van Lippe-Biesterfeld.
Meteen na de Duitse bezetting gaf hij op 15 mei 1940 opdracht aan de Haagse Politie Inlichtingendienst om de werkzaamheden voort te zetten en de zich onder de naam (Vonk-groep) ondergronds organiserende CPN te infiltreren. Dit heeft tot de dood van ruim 100 Haagse communistische verzetsmensen geleid. De Duitsers ontsloegen hem in 1940 vanwege de anti-Duitse demonstraties op Anjerdag (29 juni 1940, de verjaardag van Prins Bernhard). Hij keerde na de Tweede Wereldoorlog terug als burgemeester en bleef dat tot 1947. Daarna bleef hij nog vier jaar Statenlid voor de VVD.
Misschien is Deetman ook niet zo thuis in de Haagse oorlogsverhalen, anders had hij zich wellicht even achter de oren gekrabt voordat hij twee jaar geleden uit de toespraak van zijn enigszins 'discutabele' voorganger citeerde, misschien vond hij dat de Monchy gewoon niet 'fout' in de oorlog geweest kon zijn, omdat de man immers ook (een maand) in Buchenwald had gezeten en al kort na die 15e mei door de Duitsers ontslagen werd vanwege zijn oproep tot 'Oranjedemonstraties' bij zijn eerste raadsvergadering na de capitulatie, sterker nog de man ging demonstratief het felicitatieregister op Prins Bernhard's geboortedag tekenen op 29 juni. Een daad van verzet!
Wie zal het zeggen, maar toch...twee alineaatjes uit het Wikipedia artikel over de bovengenoemde "Vonkgroep":
Een inktzwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis, door alle geschiedschrijvers verzwegen, is dat burgemeester De Monchy in mei 1940 aan de Haagse Politie Inlichtingendienst opdracht geeft om ten behoeve van de Duitse bezetter tegen de communisten door te werken.
Een ruwe schatting leidt tot 1500 personen die voor de Haagse Vonk-groep actief zijn geweest, waarvan er ongeveer 500 gearresteerd zijn. Bij elkaar heeft De Vonk-groep in de regio Den Haag ruim 200 mensenlevens verloren. Meer dan de helft daarvan kan toegeschreven worden aan de infiltratie in opdracht van burgemeester De Monchy. Van de overigen is een belangrijk deel om het leven gekomen ten gevolge de willens en wetens niet vernietigde vooroorlogse registraties van communisten, die door de Nederlandse overheid welwillend ter beschikking van de Sicherheitsdienst zijn gesteld.
Een inktzwarte, verzwegen bladzij dus, wie weet is dat de reden dat Deetman het niet wist. Iets dat verzwegen is, kun je immers niet weten. Zeker niet als je er over blijft zwijgen.
Ik neem het onze huidige burgemeester dan ook niet kwalijk dat hij zijn voorganger citeert, als hij het mij niet kwalijk neemt dat ik vandaag niet de al lang geleden overleden de Monchy verder zal citeren of herdenken, maar wel even stil zal staan bij de doden die de Monchy èn de Nederlandse overheid op zijn geweten heeft.
Bronnen:
Toespraak bij de dodenherdenking in de Grote Kerk, op 4 mei 2005

Om twee uur 's middags schrokken wandelaars in de Wagenstraat plotseling op van het geluid van glasgerinkel. Wat was er aan de hand? Twee mannen hadden net de spiegelruiten van de Bijenkorf ingegooid, mogelijk om spullen uit de etalages te stelen. De mannen konden direct door de politie worden opgepakt. Zij bleken werkloos te zijn. Dat was in die tijd veel erger dan nu. Je kreeg maar een kleine uitkering, die 'steun' genoemd werd. Maar je kreeg die steun alleen maar als je al een flinke tijd in Den Haag woonde en dat deden deze mannen niet. Zij woonden pas twee maanden hier en dat was dus te kort. Wat de zaak nog erger maakte was dat zij ook uit hun huis gezet waren omdat ze de huur niet betaald hadden. De vrouw van een van de mannen was bovendien pas bevallen van een kind en zij hadden niks te eten! De crisis, die al twee jaar duurde, zou in de volgende jaren nog veel erger worden.
Bron: Haagse Tijden

(Huygensplein, foto is gemaakt tijdens het één jarig bestaan )
Mijn vader, Freek van der Kleij was bij de oprichting van deze taxi centrale, met z`n compagnon (de naam Turk) kocht ieder koppel een auto, en reden zij om beurten de dag en nacht dienst, wel met een bepaalde vrij tijd daartussen, en als het druk was reden zij soms langer, er waren op diverse plaatsen halten in de stad, met telefoon, via de centrale die in de garage aan de Huygenspark was, werd zo kontakten gelegd als daar in de omgeving vraag was voor een taxi, in de garage stonden ook de chauffeurs te wachten op een ritje.
HET MOOISTE WAS MET OUD EN NIEUW JAAR, dan waren de meest gul met een fooi.
De telefoon dienst werd betaald door alle chauffeurs, ook de verdere onkosten werden gedekt daardoor, mijn vader vond het een soepel lopend geheel, maar kreeg na een paar jaar problemen met zijn ogen, en heeft zijn aandeel verkocht aan een ander.
Er is ook nog een voetbal vereniging opgericht, het terrein was aan de Fruitweg tegenover de HTM remise, tijdens de opening daarvan heeft mijn oudere broer op zijn accordeon gespeelt, en is daar toe een 78 toeren plaat van opgenomen, die wij jaren hebben bewaard, maar nu niet meer in ons bezit hebben.
Het wijsje was, Red tax is de allerbeste taxi, red tax die staat boven aan, red tax, red tax, die mooie wagen kun je door de stad zien gaan,bis,bis,
Dat is het zo`n beetje, en geloof ik niet dat hier iets van is terug te vinden, is dit wel zo, houw ik mij aanbevolen.

Schenkkade
De Schenk (Scheysloot) is in 1403 gegraven. De huidige er langs gelegen Nieuwe Veenmolen dateert uit 1656/’57. Het heeft nog tot 1950 een functie als gemaal gehad. Er stond eerst ook een Oude Veenmolen sinds 1446. Die is in 1906 gesloopt. Het spoor er achter loopt nog nagenoeg gelijkvloers.

“In respect voor al die duizenden vissermannen, die in deze bedrijfstak hun brood verdienden, lijkt het toch wel gerechtvaardigd om een herinnering van hun gezamenlijke verleden op deze markante plaats aan de haven te laten voortbestaan.”
Zo luidde één van de laatste zinnen van de brief die de Stichting Haags Industrieel Erfgoed in augustus vorig jaar aan de Haagse gemeenteraad stuurde. Met deze brief hoopte de Stichting dat de raad haar standpunt inzake behoud van het voormalige complex van rederij en visrokerij Den Dulk aan de Dr. Lelykade 'standvastig' zou verdedigen.
PvdA raadslid Willem Minderhout ziet er niets in.
De Scheveningse haven is voor mij zo’n plaats van herinnering. Een plek waar je heerlijk kunt struinen. Toch realiseer ik me dat ook daar de tijd niet stil gezet kan worden.
Ik ben er wel een groot voorstander om bij alle veranderingen toch de geschiedenis van de oude haven zichtbaar te handhaven. Daarom was ik blij dat wethouder Norder, op aandringen van de Raad, liet onderzoeken of in ieder geval de oude Haringrokerij in stand gehouden zou kunnen worden.
Bureau ‘De Zwarte Hond’ heeft een rapportje gemaakt. De conclusie is duidelijk: slopen die handel. De rookkamers zelf zullen voor eeuwig naar rook stinken en de rest, misschien op de schoorsteen na, is ook niet veel soeps.
..en de wethouder heeft al besloten en die gaan we natuurlijk niet afvallen anders denken al die 'duizenden vissermannen' dat de Haagse PvdA niet standvastig is. Over stank gesproken...
Goed uitkijken bij het oversteken, lijkt deze oudere dame op de Dierenselaan te denken. De man achter haar wacht netjes tot de tram voorbij is. Wie weet was dat ook wel het enige probleem dat er in die tijd speelde in deze winkelstraat.
Vandaag de dag is er een "Keurmerk Veilig Ondernemen", een 'samenwerkingsconvenant' tussen 'samenwerkingspartners' met als doel 'verschillende vormen van kleine criminaliteit, zoals winkeldiefstal en overlast van bijvoorbeeld hinderlijk rondhangende jongeren of verslaafden' af te doen nemen. (Helder Haags was zeker nog niet 'geëffectueerd' bij het schrijven van dit gemeentelijke nieuwsbericht.)
Hoe erg is het eigenlijk op de Dierenselaan? Ik surf maar eens naar Hoe veilig is mijn wijk? In het overzicht voor de wijk Rustenburg Oostbroek staat te lezen dat er in 2003 35 aangiftes zijn gedaan van winkeldiefstal, in 2004 24, in 2005 24 en in 2006 (januari/juni) tot nu toe 19. Daarbij aangetekend dat deze aangiftes voor de hele wijk gelden en niet alleen voor de Dierenselaan.
In 2004 en 2005 was er in mijn hele wijk dus sprake van twee winkeldiefstallen per maand. Laten we het er op houden dat de helft van deze delicten plaats vind op de Dierenselaan, kortom één keer per maand word er in één winkel van deze drukste winkelstraat van de wijk iets gestolen en vervolgens aangifte gedaan. Bepaald niet een 'tsunami' aan winkeldiefstallen. Gelukkig gaat het Keurmerk ook over verkeersveiligheid, kan ik binnenkort tenminste weer veilig oversteken.


Snuffelend door de Wikipedia stuit ik op een weblog met een uitgebreid verslag over het interneringskamp voor NSB-ers in Duindorp. Je waant te je even terug in 1945...
Ook aan te raden.

Wagenstraat, lichtcourant 'Haagsche Courant'
Fotonummer: 0.76000
Datum: ex. 1935
1 zwartwitfoto 18 x 24 cm
Bron (Klik hier voor een grotere versie)
Beetje nostalgie, houd er de moed een beetje in a.s. woensdag. O ja, bij de HTM is het nieuws nog niet helemaal doorgedrongen. Niks nieuws onder de zon, de HTM heeft wel meer moeite met verslaglegging.Zo blijkt uit de biografie van Antonie Harms, (Haags SDAP gemeenteraadslid van 1913 tot 1931) dat er in 1914 al eens een staking is geweest bij de HTM. De gebeurtenis heeft de historie pagina van het openbaar vervoerbedrijf nog steeds niet gehaald...

Grote Marktstraat nrs. 18-22, gezien vanuit de Achter Raamstraat. In het midden de HEMA, rechts Pander & Zonen
Fotonummer: 0.24653
Fotograaf: Ojen, E.M. van
Datum: ca. 1940
1 zwartwitfoto 22 x 17 cmghgh
Bron: Gemeentearchief.
Lees ook Meer HEMA's om de hoek

Apeldoornselaan nr. 240, R.K. kerk Fotonummer: 0.06862 Datum: ex. 13 juli 1931 1 zwartwitfoto 12 x 17 cm
Bron : Haags Gemeente Archief
Een foto uit het gemeentearchief kan zomaar een heel verhaal vertellen. Bijvoorbeeld het verhaal van de veranderde inzichten in het begrip "wijkontwikkeling" door de jaren heen. De wijk Rustenburg-Oostbroek werd in de dertiger jaren gebouwd en zoals je kunt zien was de kerk het eerst klaar.
Tegenwoordig gaat dat een beetje anders, zoals blijkt uit de fietstocht door Leidschenveen waar Haagse gemeenteraadsleden verslag van doen op hun diverse weblogs.
Daarnaast het tekort aan sportvelden, speelvelden en welzijnsruimtes
Marjolein de Jong, D66
Mooie woningen in een wijk waar nog wel veel aan wijkontwikkeling moet worden gedaan.
Willem Minderhout, PvdA
Het is ongelovelijk dat na zo'n 8 jaar op één supermakrt na nog steeds alle voorzieningen in een soort van tijdelijke huisvesting zitten. Gelukkig beginnen de werkzaamheden voor een nieuw winkelcentrum binnen een paar maanden, maar je zal er toch maar vanaf 1998 wonen.
David Rietveld, Groen Links
En een kerk zal er ook wel niet zijn....

Amerikaanse Ambassade, zijde Korte Voorhout Fotonummer: 0.43794 Fotograaf: Meyer, Fotoburo Datum: ca. 1965 1 zwartwitfoto 19 x 24 cm Bron
Lees ook dit bericht

OK, OK, de website is niet helemaal up-to-date, maar zo'n wandeling door Den Haag in 1894 blijft leuk (als het Gemeentearchief ten minste on line is...)

Korte Lombardstraat, binnenplaats achter de bank van lening Fotonummer: 0.39262 Fotograaf: Douwes, H.A.W. Datum: ex. december 1940 1 zwartwitfoto 17 x 11 cm. Bron

"Vanaf de eerste etage op de hoek van het Noordeinde en het Scheveningseveer kijken we de Zeestraat in. Het brugwachtershuisje links is inmiddels verdwenen en ook de huizen rechts zijn er niet meer. Het verkeer in de jaren '10 van de vorige eeuw bestond voornamelijk uit wielrijders."
Bron: Oud 's-Gravenhage



We kwamen er in oktober 1993 wonen. Niet langer een te duur gehuurde tussenetage, maar een eigen woning met een eigen voordeur en eigen hypotheek. Wat een vrijheid.
Nauwelijks een maandje later vierde ons dochtertje haar derde verjaardag. Vol trots troonde ze haar vriendinnetjes mee naar haar eigen kamer, waar na een klein uurtje de deur geblokkeerd raakte vanwege de te hoog opgestapelde knuffels.
Drie jaar later werd onze jongste dochter er geboren. Ze leerde er lopen op het laantje. We moeten er samen vele kilometers hebben afgelegd op weg naar de peuterspeelplaats en de kleuterschool.
Na verloop van tijd werd het knusse appartementje meer een opslagplaats. Kinderen worden groter en een modaal gezin scharrelt een hoop rotzooi bij elkaar.
Vorig jaar verhuisden we dan eindelijk naar een echte éénsgezinswoning. Binnen dezelfde wijk, makkelijk voor de basisschool en ook omdat we wel een beetje gehecht waren geraakt aan dat rare Haagse wijkje zo vlak bij het Zuiderpark.
En hoe gaan die dingen dan? Na verloop van tijd word je wat sentimenteel en krijg je van die ""Weet je nog?" verhalen.
Je besluit eens te gaan snuffelen op het internet, komt terecht in de Catalogus van het Haagse Gemeentearchief en loopt daar aan tegen een verbazend mooie fotoreportage van ene P.F. van Leen, die op 4 en 5 juni 1945 uitgebreid verslag doet van het Bevrijdingsfeest op en rond dat laantje.
Optochten, speeches, straatoptredens, verkleedpartijen. Honderden mensen. Als je ooit door die wat stille laan in Den Haag hebt gelopen of gefietst kun je je het nauwelijks voorstellen.
Weer een eigen wijk, een eigen stad een eigen land. Een eigen stoep om te spelen. Wat een vrijheid.


Hopeloos nostalgische bui vandaag. Ik las het onderstaand berichtje in de Zuid-West Nieuws en ik bedacht me, "Stel dat die kleine buurtbioscoopjes nu gewoon eens niet gesloopt waren?''
Waarom deze er uitgelicht? Omdat het de meest ideale bioscoop was voor een spijbelende tiener. Tussenuurtje en dan de laatste twee uur een zinloos vak? Echt niet.
Om twee uur matinee, balconkaartje 4,50 en dan maar staren naar Lawrence of Arabia, Ben Hur, Once upon a time in the west....
Wat ben je laat thuis, jongen. Ja, nog even langs een vriend geweest.
Voor een bouwterrein in de Schilderswijk staat een billboard met daarop een stralend, zwart modelgezin. 'Uw eigen huis is dichterbij dan u denkt! Al vanaf € 530,- per maand woont u in het Hof van Ostade.' Janneke Jansen, die vorige week promoveerde op het huisvesting van immigranten in de tweede helft van de twintigste eeuw, moet glimlachen: 'In Duindorp zou je zo'n bord nooit zien staan.'
Lees hier het hele artikel.
Woningcorporaties hielden in de jaren zeventig en tachtig met opzet wijken blank, schrijft historica Janneke Jansen in haar proefschrift over immigrantenhuisvesting. 'Ik moest tekenen dat ik nooit nasi goreng zou koken.'
Voor een bouwterrein in de Schilderswijk staat een billboard met daarop een stralend, zwart modelgezin. 'Uw eigen huis is dichterbij dan u denkt! Al vanaf € 530,- per maand woont u in het Hof van Ostade.' Janneke Jansen, die vorige week promoveerde op het huisvesting van immigranten in de tweede helft van de twintigste eeuw, moet glimlachen: 'In Duindorp zou je zo'n bord nooit zien staan.'
Neem tram 12 vanaf Den Haag Holland Spoor richting de zee en verbaas je. De eerste halte is in de zwarte Schilderswijk. De laatste halte is in de blanke wijk Duindorp. In beide wijken zou je, als je bijvoorbeeld kijkt naar de huizenprijzen, veel allochtonen verwachten. Maar de bevolkingssamenstelling van Duindorp is het zwart-wit negatief van de Schilderswijk. Bijna negentig procent van de Duindorpers is Nederlander; een zelfde percentage van de Schilderswijkers is zwart. Hoe kan dat?
Een antwoord op die vraag staat in het proefschrift Bepaalde huisvesting van Janneke Jansen (1952). Net als op bijvoorbeeld de vragen hoe de Bijlmer zwart werd.
Jansen stapt uit bij de eerste halte van tram 12. 'In deze wijk wonen 121 verschillende nationaliteiten. Ongelofelijk!' Ze is hier lang niet geweest. 'Grappig dat je nu overal dat etnisch ondernemersschap ziet', wijst ze op winkeltjes als Royal Africa Travel en Pakistan Food Store. 'Destijds had je alleen een Turkse bakker.'
Twintig jaar geleden, toen ze zelf in de statige Haagse Vogelwijk woonde, gaf ze hier Nederlandse les aan een Turkse vrouw. Ze is benieuwd of zij er nog woont. 'Ik denk dat haar gezin met dezelfde problemen te kampen had als veel andere gastarbeiders uit die tijd. Een huurhuis vinden was lastig, vanwege de combinatie van een laag inkomen en veel kinderen. Vaak waren ze aangewezen op 'noodkoop' van een verpauperd huis. Ik vermoed dat hun huis ook noodkoop was.'
Het bewuste gezin woonde in een straat met eind negentiende-eeuwse portiekwoningen. Grote delen van de Schildersbuurt zijn op de schop gegaan, maar de stadsvernieuwing heeft deze straat nog niet bereikt: het portiek ziet er nog precies zo uit als twintig jaar geleden.
Er zit graffiti op de deur en de klep van de brievenbus is weg. In de gang ligt een stapel post. Een naambordje ontbreekt. 'Ze zullen hier vast niet meer wonen. Hij werkte al tien jaar bij dezelfde werkgever en had het redelijk goed.'
De hoofdrolspelers uit het proefschrift van Jansen zijn de twee grootste groepen die na de oorlog Nederland binnenstroomden: de gastarbeiders, voornamelijk Turken en Marokkanen, en de immigranten uit de ex-koloniën, vooral Surinamers en Antilianen. Jansen keek wat voor huis ze zochten, en wat voor een ze kregen. Hadden zij op den duur dezelfde kans op een woning als de Nederlander?
Haar proefschrift schetst onwillige woningcorporaties en een overheid met een weinig realistische beleid. Voor de gastarbeiders was er jarenlang slechts ad hoc beleid, stevig gefundeerd op de mythe dat de Turken en Marokkanen weer weg zouden gaan.
Beleid was er wel voor de eerste grote groep immigranten, de Indische Nederlanders. Er was een inburgeringcursus, waarin ze onder andere leerden over breien, hygiëne en het vinden van werk. Ook een huis werd geregeld. Dat betekende nog niet dat ze gewenst waren. Een Indisch paar vertelt dat ze in 1970 een huis wilden huren. Zij: 'Ik moest tekenen dat ik nooit nasi goreng zou koken.' Ze weigerde en kon naar het huis fluiten.
Ook voor de stroom Surinamers, die rond de onafhankelijkheid in 1975 op gang komt, is er beleid - zij het pas laat. Er zijn opvangcentra en cursusboekjes (Zo zijn de Nederlanders). Het grootse gedeelte vindt een huis via familie en vrienden.
Den Haag trekt vooral Hindoestaanse Surinamers, Creolen gaan vooral naar Amsterdam. Daar staat een nieuwbouwcomplex in Zuid Oost leeg, omdat autochtonen er niet willen wonen. De Bijlmer-express, de route Paramaribo-Schiphol-Bijlmer, ontstaat. Ondanks de leegstand willen sommige corporaties hun flats niet verhuren aan de Creolen. In praktijk, schrijft Jansen, niet op papier, verhuurden ze maximaal vijftien tot twintig procent aan etnische minderheden. Een uitzondering is de corporatie Ons Belang, die uit eigenbelang leegstaande woonruimte aanprijst met de leus 'wij discrimineren niet'.
'De donkere, levendige mannetjes', zoals de gastarbeiders in een krantenartikel werden omschreven, komen ongeveer tegelijk met de Surinamers en Antilianen. Aanvankelijk vooral Italianen, Spanjaarden en Portugezen. Ze werken in de mijnen, de conservenindustrie of in de metaal. Later de Turken en Marokkanen. Kwamen ze met een wervingscontract, dan moest de werkgever voor onderdak zorgen. Zo liet Hoogovens bijvoorbeeld een cruiseschip ombouwen tot woonboot.
Voor de 'spontanen' was het lastiger: die moesten zelf wat regelen. Jansen: 'Het formele uitgangspunt was: de arbeiders zijn hier tijdelijk, dus de overheid heeft geen huisvestingsplicht.' Die afwezigheid van beleid leverde abominabele toestanden op.
'Het was een beetje discriminatie'
Arbeiders kwamen terecht in particuliere pensionnetjes, in zomerhuisjes of achter in een kas. 'Die pensionbewoning leverde soms afgrijselijke toestanden op. Net als laatst in Parijs, hebben zich ook hier branden voorgedaan waarbij doden vielen. Soms werden bedden per acht uur verhuurd. Je sliep er acht uur, ging naar je werk en intussen sliep er iemand anders.'
Turken en Marokkanen die een huis voor hun gezin zochten kwamen vaak terecht in de meest verkrotte delen van steden, of waren gedwongen tot 'noodkoop'. Zoals bijvoorbeeld Abdelkader el Assrouti (61), die op zijn achttiende als gastarbeider naar Nederland kwam. Hij woont al veertig jaar in de Schilderswijk. 'Werk was er toen genoeg', herinnert hij zich, 'maar een woning vinden was moeilijk'. Hij werkte eerst in Harderwijk en Ermelo bij een kipfabriek en een asbestfabriek. 'Ik woonde toen op een boerderij, bij een gezin met twaalf kinderen. De boerin zei tegen me: 'Jij krijgt er later vast ook veel.' Hij ging naar den Haag om dat daar familie was en werk. Eerst woonde hij met vier mensen op een kamer met stapelbedden. Als hij een gezin sticht, met uiteindelijk zeven kinderen, heeft hij een huis nodig. Hij koopt een oude portiekwoning. 'Dat was makkelijker dan huren.'
Mevrouw Repot Bosari-Kasman (65) woont nu in een woongroep voor Javaans-Surinaamse 55-plussers in de Schilderswijk. In 1974 kwam ze naar Nederland, met het idee dat het voor een jaar zou zijn. Haar man woonde toen nog in een studentenflat. Omdat zij hun zeven kinderen wilden laten overkomen, zochten ze een huurwoning. Dat lukte niet, vertelt ze. 'Mijn man werd van het kastje naar de muur gestuurd. Dan stond er een advertentie in de krant en belde hij. Als ze hem vroegen hoe groot zijn gezin was antwoordde hij naar waarheid. "Belt u morgen maar terug", werd dan gezegd. En de volgende dag was het huis dan vergeven. Het was een beetje discriminatie, hè.' Noodgedwongen kochten ze een huis.
De sociale huurwoningen waren voor een groot deel in handen van de woningcorporaties. Jansen: 'Die waren van oudsher gewend te selecteren op het nette werkmansgezin, bij wijze van spreken met witgewassen gordijntjes. Discrimineren mochten ze niet, maar deden ze in de praktijk vaak wel. Met een Marokkaanse of Turkse naam kwam je onder aan de lijst.'
Dit had niet alleen met discriminatie aan de kant van de corporaties te maken. Soms werden allochtonen verspreid opdat ze sneller zouden integreren of als ze beschermd moesten worden tegen onlustgevoelens in de wijk.
In Rotterdam bestond de regeling dat maximaal vijf procent van de wijken etnische minderheden mochten zijn. Jansen: 'Waar anderen het in het verborgene deden, deed Rotterdam het openlijk.' Een bijzonder geval is de zaak van Süleyman Kaya. Hij daagde in 1982 een woningbouwvereniging in Helmond voor de rechter. Hij toonde aan dat in vijf jaar tijd slechts één woning aan een buitenlander was toegewezen. De vereniging werd veroordeeld. Een woningverdeler uit Den Haag vertelde dat bepaalde Haagse wijken, zoals Mariahoeve - een wijk voor de iets beter gesitueerde Hagenaar - blank moesten blijven. Jansen: 'Ik kwam toen net uit Zuid- Afrika en dacht bij mezelf: over apartheid gesproken!' Het is een van de redenen waarom Duindorp blank bleef. Toen begin jaren negentig corporaties verplicht werden hun beschikbare woningen te adverteren, deed de Duindorpse corporatie dat in het Scheveningse sufferdje, dat niet door allochtonen gelezen werd. Voor een wijk als Duindorp was het ook een hele stap: het was een wijk waar iedereen elkaar kende, mensen nog in klederdracht liepen. Studenten vonden ze al een vreemd verschijnsel.
Hoe kan het dat het ministerie van VROM niet ingreep? Jansen: 'Het stuurde af en toe wel een oekaze, maar het legde geen echte sancties op. Die ze overigens wel tot hun beschikking hadden.' Een verklaring voor die lakse houding is dat de overheid begin jaren tachtig een koers had ingezet om de corporaties te verzelfstandigen; meer bemoeienis van het rijk zou daarmee in strijd zijn.
Pas begin jaren tachtig drong het besef tot de overheid door dat de Turken en Marokkanen hier gekomen waren om te blijven. Dat terwijl al in 1957 een ambtenaar van justitie aan de bel had getrokken: hij verwachtte dat minstens twee derde niet meer weg zou gaan.
Keerpunt is de Minderhedennota van 1983. Die maakt officieel een einde aan de 'bezweringsformule' van tijdelijkheid. Dat betekende in praktijk niet dat gastarbeiders gelijke kansen kregen: ze werden nog steeds als 'anders' gezien.
De slechte start, vooral voor Turken en Marokkanen, werkte door. In 1995, het laatste jaar van het onderzoek, hebben Surinamers bijna dezelfde woonsituatie als de Nederlanders; de Turken en Marokkanen lopen nog achter.
Jansen: 'Integratie moet van twee kanten komen, wordt vaak gezegd. Immigranten zouden er een paar generaties over doen voor ze in samenleving zijn opgenomen. Op grond van mijn proefschrift kun je concluderen dat de ontvangende samenleving er ook een paar generaties over doet voor ze is "geïntegreerd".'

Lees hier verder.


Fotonummer: 0.23962
Fotograaf: Haagsche Courant (algemeen)
Datum: ex. 13 december 1972
1 zwartwitfoto 16 x 22 cm
Bron: Haags GemeenteArchief

Lees hier het hele artikel

Om mijn onvergeeflijke fout goed te maken presenteer ik vandaag hier het verhaal "De Sierkan,het verhaal van mevrouw Visser".
Ik vond het op de website van de Stichting Haags Industrieel Erfgoed. Leuke bijkomstigheid is dat mevrouw Visser één van de oudste en beste vriendinnen van mijn schoonnmoeder is. Ik mag dan ook Nel zeggen.
Waarom dit verhaal in het teken van de Internationale Vrouwendag? Om deze alinea:
Bent u in de Abrikozenstraat lang geweest?
"Ik dacht een jaar of zo. Ze konden je verplaatsen als het hun uitkwam en dat gebeurde ook. Dus ik ben naar verschillende winkels gestuurd, gewoon. In de oorlogstijd, dat was heel bijzonder. Daarin heb ik wel het nodige beleefd. Dat was op de Conradkade, op de hoek van de Weimarstraat. Daar heb ik de oorlogsjaren doorgebracht. Van '39 tot en met '45. In 1946 ben ik filiaalhoudster geworden. Dat was in de Hendrik van Deventerstraat. Daar heb ik zo'n 22 à 23 jaar gewerkt en gewoond, in gehuwde staat. Dat mocht toen eigenlijk niet, nee... Achter, twee uitbouwkamers, twee natte uitbouwkamers. Dat ik er nog ben dat is een wonder. De verbouwing nog meegemaakt en toen hebben we in die uitbouwkamer, ik weet niet meer hoe dat gegaan is, ik heb er nog gewinkeld want de winkel werd helemaal verbouwd, in 1956."
Dat mocht toen eigenlijk, niet in gehuwde staat werken....Het was vroeger, maar toch ook weer niet zo lang geleden. Nel heeft het me vaak verteld. Met pretoogjes.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) hing in Europa de dreiging van revolutie in de lucht. De socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra dacht dat ook de Nederlandse arbeider klaar was voor een opstand tegen het gezag. Er kwam niemand opdagen...
Lees hier verder.

"De strijd om de kiezer is begonnen', schrijft het AD/HC en ook RTV West doet een duit in het zakje:
"Inzet van de verkiezingen is welke partij het grootste wordt in Den Haag. Volgens peilingen zal de PvdA voor het eerst in jaren de VVD van de troon stoten."
Is dat wel zo, kun je je afvragen. Is het niet zo dat deze partijen (evenals het CDA) eigenlijk al heel lang bezig zijn de schade te beperken?
Een blik op de stembusuitslagen sinds 1962
1962 41
1966 36
1970 38
1974 41
1978 41
1982 38
1986 39
1990 31
1994 27
1998 29
2002 28
In 1962 haalden de 'grote drie' 41 zetels, in 2002 waren dat er nog maar 28. In dat laatste jaar waren er liefst drie partijen die op wat haren na een zeteltje miste en er gingen ook nog eens de nodige restzetels naar de VVD en de PvdA.
Op grond van deze langzame, maar gestage afkalving is de inzet van de verkiezingen niet wie de grootste wordt, maar lijkt mij de inzet meer "Blijven wij de grootste?'.
Kwestie van nuance misschien, maar toch.
Lief en leed delen in de Schilderswijk lees ik hier . Wat deed ik daar? Ach, zondags wil ik toch altijd even weten hoe het er in de Haagse kerken voorstaat. Laatste restje van de christelijke basisschool, denk ik.
Even verder op in het artikeltje lees ik dat dit "lief en leed" wordt gedeeld in de Zusterstraat, een straat waar ik ook nog wat kleine voetstapjes heb achtergelaten. Aan het einde van die straat staat namelijk bovenstaande school wat in mijn tijd nog een kleuterschool was en waar ik op zat.
Jarenlang heb ik dan ook trouw aan een ieder die het interesseerde gezegd dat ik op de kleuterschool in de Zusterstraat heb gezeten. Tot ik er vandaag achter kwam, met dank aan het gemeentearchief dat het gebouw toch echt gevestigd was aan de 's Gravenzandelaan 185-187.
Zo zie je maar, zelfs een oude Hagenees is nooit te oud om te leren.

"Oudere bewoners van Den Haag en andere mensen met historisch instinct noemen de twee grote stations daar vaak bij hun oude naam. Station Hollandse Spoor heeft zelfs nooit een andere naam gekregen. Maar 'Staatsspoor' is nomenclatuur voor de liefhebber."
Bron: Haagse Columnisten
Lees ook dit stukje

Deetman wil de stemplicht terug, Leefbaar splijt Den Haag niet en de Haagse SP wil een enquete over de Tramtunnel. Zomaar wat koppen van Planet na de raadsverkiezingen van 2002 in Den Haag.
Leefbaar is zelf gespleten, de tramtunnel enquete kwam er nooit en de stemplicht ook niet.
Ook zo benieuwd naar 2006?

Bron: Nationaal Pop instituut
Tien jaar geleden werd het stadhuis aan het Spui geopend met het toneelstuk "Julius Caesar" door het Nationale Toneel. Het spektakelstuk van Shakespeare bracht echte paarden in het Atrium en een paar honderd figuranten in Romeinse gewaden. Onder die figuranten bevonden zich drie personen die het lijk van de door Brutus vermoordde Julius Caesar in een bodybag moesten wikkelen en wegdragen. In plaats daarvan kroonden ze burgemeester Havermans op de premiere tot keizer van Den Haag door een lauwerkrans op z'n hoofd te plaatsen en strooiden ze protestpamfletten uit over de tribune met tal van hoogwaardigheidsbekleders. Het publiek dacht dat dit onderdeel was van het stuk, maar het bleek een protestactie tegen het megalomane gemeentebestuur, waar regisseur Johan Doesburg totaal door verrast werd.
Terwijl het stuk gewoon uitgespeeld werd beende Johan Doesburg naar beneden en holde briesend achter de vluchtende activisten aan. In een hoek van het stadhuis kreeg hij ze samen met een andere medewerker van het Nationale Toneel te pakken en begon ze in elkaar te beuken. De politie werd erbij gehaald en Doesburg huilde: "M'n carriere is verwoest". De activisten zouden drie jaar later op een heel wat andere manier het stadhuis veroveren. Het bleek te gaan om de latere oprichters van de Haagse Stadspartij.

De film werd in veel Europese landen verboden en was ook in Nederland omstreden. De burgemeesters van o.a Nijmegen, Amersfoort, Heerlen, Zutphen en Vlissingen verboden de vertoning, iets waar de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie ook op aandrong. Maar niet iedereen dacht daar zo over. "Deze verduivelde Pantserkruiser is een betooverende godheid" zo schreef de filmcriticus van het Haagse dagblad 'Het Vaderland'. En: "Royalist of Bolsewiek of zonder eenige politieke belangstelling - men wordt meegesleurd door dit ongelooflijk suggestieve werk". In Den Haag werd de film maar liefst in twee bioscopen tegelijk vertoond. Zowel in 'Passage' als in 'Flora', waarvoor Rudeman haar affiche maakte, draaide de film vier weken achtereen.
Meer?
Neem een kijkje in de Tramtunnel .

Bron: Oud 's-Gravenhage

Ik kwam zojuist een oude Haagsche tegen
Hij was niet meer Courant, helaas.
Cathelijne
Het gemeentebestuur van Den Haag presenteerde in zijn persbericht bij de verschijning van de jaarrekening 2004 een voordelig saldo van 53 miljoen euro. Onderzoek heeft uitgewezen dat in werkelijkheid sprake is van een overschot van 147 miljoen euro. Er zijn blijkbaar uitgaven en vooral veel ontvangsten die de gemeenteraad en de inwoners van Den Haag niet mogen weten. De OZB-opbrengst was 111 miljoen. De hele OZB was dus niet nodig geweest. In de voorgaande jaren was al boekhoudfraude geconstateerd. De verschillen zijn vanaf 1997 opgelopen naar ongeveer 435 miljoen euro. Met medeweten en instemming van de gemeentelijke accountant.
De gemeente gaat in Spoorwijk IIc 548 arbeiderswoningen bouwen op grond van ... 28,- m². Excuzer du peu!
Hoe hoog deze in den duursten tijd opgespoten grond heel achter in de gemeente vlak onder en achter Rijswijk komt, blijkt wel het beste uit het feit dat aan de Laan van Meerdervoort, het mooiste deel van Den Haag naar het Zuid-Westen de grond voor Herenhuizen niet meer dan 23,- m² doet. Bijgevolg wekt het geen verwondering dat om den bewoners dezer arbeiderswoningen niet het vel over de ooren te halen, de gemeente zal overgaan tot vrijwel onmiddellijke afschrijving van 10,- op den grondprijs, zoodat de huurprijs in evenredigheid moet zijn met een grondprijs van f 18,- m², welk bedrag er voor een arbeiderswoning beter op lijkt. Natuurlijk is een dergelijke afschrijving voor de gemeente een klein kunstje, want het verlies op dezen grond, welke door zijn ligging inderdaad alleen voor arbeiderswoningen geschikt is - daarin had de heer De Meester groot gelijk - past ze in de kas van het Grondbedrijf toch zelf bij. De qualificatie van den heer Van Steenbergen, die het bouwen van arbeiderswoningen op grond van 28,- m² krankzinnigen werk heette, moge forsch zijn, welke bouwer zal het in zijn hoofd krijgen zoiets te doen? Maar die moet ook het verlies uit eigen zak dekken, terwijl bij de gemeente de belastingbetalers er goed voor zijn. Verwondert het nu nog dat de particuliere bouwers met een dergelijk schreeuwend voorbeeld voor oogen, huiveren en zich nog wel eens viermaal bedenken vooraleer ze zich met den bouw van arbeiderswoningen beginnen?
Als de gemeente op den erfpachtcanon voor de geschiktste terreinen ook eens een zo ferme afschrijving toepaste, zouden we een heel eind in de richting gaan. Maar ..... particuliere bouwers zijn de gemeente zelf niet.

De rijke en jonge schilderes Maria Ida Adriana (Riet) Hoogendijk kocht in 1902 voor € 11798 ( 26.000) een stuk grond in het toen in aanbouw zijnde Transvaalkwartier waarop zij een complex met arbeiderswoningen wilde laten neerzetten. Voor dit doel werd de architect J.E. van der Pek aangetrokken, die een woonblok met 78 woningen rond een gemeenschappelijke binnentuin ontwierp. Sociale hervormers aan het begin van de twintigste eeuw waren van mening dat door zo'n gemeenschappelijke tuin de gemeenschapszin van de bewoners zou groeien en bloeien. Het zou de eerste vorm van sociale woningbouw in Nederland worden; de gemeenschappelijke binnentuin werd een nieuw fenomeen.

Haagsche Weblog is een initiatief van Miguel Sloendregt
Ingezonden mededelingen graag via het onderstaande Mailformulier.
Laatste reacties